Toen bedacht ik wat voor een gelukzak die poes wel niet is. Zomaar in iemands voortuin op de bank liggen. De hele dag doen waar hij zin in heeft. Geaaid worden door voorbijgangers. Een beetje spinnen hier, een lief miauwtje ginds. Nog even een kopje langs iemands been en de doorsnee mens gaat door de knieën, zo van: "kijk nou, wat een lieverd!"
Ook de poes van mijn ouders (oh wat mis ik die kleine Toulouse toch) is zo'n gelukzak. Kom ik eens een nachtje logeren, dan ligt die lieverd op mijn schoot. Of op de schoot van mama. Dat hangt namelijk af van wie het lekkerste ligt. Of het zachtste dekentje bij zich heeft. 's Morgens staat Toulouse steevast klaar naast de koelkast om kopjes uit te delen aan toevallige voorbijgangers. Je weet wel... zodat die haar een kommetje melk kan geven. En s'nachts gaat ze braaf in haar mandje liggen. Maar enkel en alleen als je haar eerst een snoepje geeft.
Dat ik-ben-vriendjes-met-diegene-die-het-lekkerste-dekentje-heeft, wordt onder mensen slechts getolereerd tot de lagere school (je weet wel: iedereen wil spelen met het kindje dat een springtouw heeft. Tot een ander kind zijn knikkers meebrengt...). Maar poezen mogen dat hun hele leven lang doen. Ze hoppen van mens tot mens voor wat aandacht en geaai of gaan op zoek naar het lekkerste snoepje. En niemand neemt hen dat kwalijk.
Hetzelfde met dat in andermans tuin zitten. Zie je het al voor je hoe een wildvreemde man op je tuinbank ligt te slapen? Hij zou je de stuipen op het lijf jagen. Of je wordt heel kwaad of belt de politie. Een vreemde poes mag dat zomaar doen (behalve misschien bij een vogelliefhebber of hondeneigenaar), krijgt er soms zelfs nog een kommetje melk bovenop.
Deze Poes herinnert er ons even aan: Hij mag zomaar op privéterrein, wij niet... (Suck it, loosers!) |
Het komt erop neer dat wij ons gewoon laten gebruiken door die Koninklijke Katten. Ieder mens weet dat-ie in het mootje genomen wordt en dat de poes z'n liefde slechts materialistisch is. Maar zolang we er die snoezige blik, de hartverwarmende kopjes en dat gezellig gespin voor in ruil krijgen, doen we alles wat Zijne Majesteit vraagt. Ze winden ons gewoon rond hun (spreekwoordelijke) vingertje, die poezigheden!
Bovendien zijn het nog grotere bofkonten! Geen ander levend wezen kan het zich permitteren om lekker rond en dik te worden zonder dat dit aan z'n charmes afdoet. Sterker nog: de doorsnee kat wordt alleen maar schattiger naarmate dat-ie dikker wordt. Moet je mij eens zien doen... Ik hoor het lief nog niet meteen zeggen, nadat ik een hele dag heb liggen spinnen en luieren in de zetel: "maar wat ben jij toch een schattige dikkerd. Wil je nog een snoepje?"
Dus staat mijn besluit vast. Als er ooit zoiets als reïncarnatie moest bestaan: ik word een poes in mijn volgende leven! En daarna kom ik nog eens acht keer terug, ook als poes. Want ja, poezen hebben toch negen levens, niet?
Miauw,
Lyrinn